Onze werking

Dossiers

Afvalbeleid

Inzake huishoudelijk afval is vooral de realisatie van een verbrandingsoven (in Beringen of in Houthalen) met een capaciteit van 200 000 ton van belang. Vanuit milieuoogpunt moet vooral gekeken worden naar de hoeveelheden te verbranden afval, de emissies, het gebruik van de geproduceerde warmte en de gevolgen voor de omgeving.

Inzake industrieel afval zal in 2016 vooral aandacht besteed worden aan de plannen voor het Close the Circle (CtC) project op de Remo-site in Helchteren. Dit project zal 30 tot 40 jaar duren en beoogt de valorisatie van zo’n 19 miljoen ton afval.

Vooral de risico’s voor de omgeving en de talrijke milieutechnische onbekendheden dwingen ons om dit dossier alert op te volgen. Indien de stortplaats Remo in Helchteren niet meer zal vergund worden (plaatsgebrek – niet combineerbaar met Closing the Circle-project), zal mogelijks een nieuwe locatie onderzocht worden voor een stortplaats.

Biodiversiteit

Biodiversiteit staat ook in Limburg onder zware druk, ondanks de theoretische bescherming. De vereniging ijvert daarom onder meer om het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) in Vlaanderen, en dus ook in Limburg, volledig af te bakenen en volwaardig te beheren. De afbakening dient te gebeuren door het Vlaams Gewest. Ook de afbakening van de verwervingsgebieden is op Vlaams niveau een belangrijk aspect. Daarnaast is de provincie bevoegd om de natuurverbindingen af te bakenen en te realiseren.

Tot slot zijn er de instandhoudingsdoelen (IHD) die vooral in de Habitat- en Vogelrichtlijngebieden moeten gerealiseerd worden door de bevoegde overheden. De vereniging dringt er systematisch op aan dat de bevoegde overheden hun verantwoordelijkheid nemen inzake afbakening en beheer en hierdoor de doelstellingen te kunnen realiseren.

Hier ligt voor de vereniging een zeer belangrijke link met de ruimtelijke ordening en met de kwaliteit van het leefmilieu. Om de biodiversiteit te verbeteren zijn zowel een goede ruimtelijke ordening als een goed leefmilieu noodzakelijk. Er is dus nog heel veel werk te realiseren.

Bodemsanering

Ovam is nog steeds bezig om de bodemverontreiniging in kaart te brengen. Zo’n 85 000 percelen zullen uiteindelijk moeten onderzocht worden. Intussen worden de meest dringende problemen aangepakt. Vooral grootschalige verontreinigingen, zoals de waterbodems van Laak en Winterbeek in Tessenderlo en omgeving, en de zware metalen in Noord-Limburg, worden opgevolgd door de vereniging.

Delfstoffen

Het goedgekeurde “Delfstoffendecreet” vormt de basis voor de opmaak van de noodzakelijke delfstoffenplannen en de daarbij horende ruimtelijke uitvoeringsplannen. Voor Limburg houdt het Algemeen Delfstoffenplan een zware hypotheek in: Limburg moet voor een groot aantal delfstoffenwinningen instaan waardoor een groot aantal natuurgebieden en landschappen zullen verdwijnen. De realisatie van nieuwe natuur na de ontginningen is niet vanzelfsprekend en de kwaliteit van deze gebieden benadert zelden de oorspronkelijke kwaliteit.

In uitvoering van het aangepaste Delfstoffendecreet van 4 april 2003 zal er in de toekomst gewerktworden met delfstoffennota’s in plaats van met bijzondere delfstoffenplannen. De ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's), op basis van plan-MER’s, zullende basis vormen voor de effectieve ontginningen.

Wellicht zullen in 2016 de zandwinningen in Bocholt en in Meeuwen-Gruitrode in fase van RUP-behandeling komen. Het gehele delfstoffenbeleid van de Vlaamse Overheid zal worden opgevolgd. RUP’s en vergunningen zullen in ontwerp-fase besproken worden met de plaatselijke verenigingen.

In 2009 is het grinddecreet opnieuw aangepast waardoor er onder strikte voorwaarden nog grind kan ontgonnen worden. Alleen voor zogenaamde “projectwinning” kan in de toekomst nog vergunning verleend worden. De projectgrindwinning kan alleen vergund worden als het project op verschillende niveaus wordt goedgekeurd en als een duidelijke meerwaarde voor natuur wordt ontwikkeld door het project.

Momenteel is men bezig met de voorbereidingen voor het project Elerweerd (en Maaseik en Dilsen-Stokkem); nadien zou daar Mechelse Heide (in As) kunnen bijkomen. Maar dit dossier is nog echt in beginfase. De Limburgse Milieukoepel zorgt voor de coördinatie van de opvolging van het grindverhaal.

Energiebeleid

Zoals hoger reeds aangegeven zal de vereniging ook in de nabije toekomst wellicht geconfronteerd worden met een aantal dossiers die in kader van "alternatieve" energiewinning zullen worden aangebracht. Vooral de inplantinglocatie van zowel windturbines als biogasinstallaties kunnen voor problemen zorgen, zowel voor de omwonenden als voor de natuur.

De plannen om van de Remo-site in Houthalen een energie-productiebedrijf te maken, net zoals de plannen om gaswinning in Limburg te realiseren zullen vanuit milieuhoek alleszins kritisch worden benaderd, want milieuvriendelijk lijken deze dossiers alleszins niet te zijn.

Daarenboven lopen momenteel onderzoeken in Limburg en in Nederland over de eventuele winningen van steenkoolgas en schaliegas. Beide vormen van gaswinning kunnen zware milieuproblemen veroorzaken. Opvolging door de milieubeweging is alleszins noodzakelijk. Ook de plaatsing van windturbines kan in een aantal gevallen voor problemen zorgen. Wordt in de mate van het mogelijke opgevolgd.

Infrastructuren

Vooral het beleid inzake de realisatie van een aantal wegen in de provincie wordt opgevolgd en worden initiatieven genomen.

Het betreffen vooral de:
- Noord-Zuid in Houthalen
- Verbinding Sint-Truiden – E40
- De omleidingswegen in Tongeren
- De omleidingsweg in Neerpelt
- De N72 en N 73 in Tessendrlo, Ham en Beringen.

Het gaat hier meestal om wegen die niet in het RSV of het Limburgs ruimtelijk structuurplan zijn opgenomen en die zich vaak situeren in SBZ-gebied. Tevens wordt het nut in feite niet bewezen en zijn er alternatieven aanwezig die veel minder open ruimte inpalmen.

Inzake de realisatie van Spartacuslijnen 1, 2 en 3 is vooral lijn 1 (Hasselt- Maastricht) zeer actueel, want het RUP is reeds enkele jaren afgewerkt. Voor lijn 2 moet alleszins het RUP nog worden gerealiseerd, vóórdat men bouwvergunningen kan aanvragen. De realisatie van het ENA-netwerk, waarbij de overheid een aantal industriegebieden wil realiseren langsheen het Albertkanaal, wordt systematisch opgevolgd. Hierbij spelen verschillende elementen een belangrijke rol, zoals het huidig aanbod aan industriegebieden in de provincie en de invloed op open ruimten.

Integraal waterbeheer

Tot begin 2015 liep het openbaar onderzoek over de stroomgebiedbeheerplannen Schelde (met het Demerbekken) en Maas. Dit ter uitvoering van de Europese richtlijn. Belangrijk hierbij is dat het behalen van de Europese doelstellingen voor een groot deel opgeschoven worden naar 2027. Toch zijn er een aantal projecten die tussentijds moeten uitgevoerd worden. Zowel deze projecten (in Limburg) als het globale beleid zullen opgevolgd worden. In dit kader werden in Vlaanderen 17 speerpuntgebieden en 56 aandachtsgebieden aangeduid. In deze gebieden moet een goede toestand, zowel inzake structuur, waterkwaliteit en –kwantiteit worden gerealiseerd. De speerpuntgebieden… AAN TE VULLEN

Landinrichting en ruilverkaveling

In Limburg is nog een landinrichtingsproject (Noord-Oost Limburg) lopende en zijn nog enkele ruilverkavelingensprojecten in uitvoering (Jesseren en Molenbeersel). Molenbeersel is in feite een deelproject van de landinrichting.

In de ruilverkavelingen nieuwe stijl wordt wel meer rekening gehouden met natuurbeleid en waterbeheer, maar toch gaat het vooral over optimalisatie van de landbouw, waardoor vaak belangrijke elementen in het gedrang kunnen komen. Samen met plaatselijke vertegenwoordigers worden de projecten ook in 2016 verder opgevolgd. De natuurinrichtingsprojecten worden opgevolgd door Natuurpunt Limburg en Limburgs Landschap, vooral als terreinbeherende verenigingen.

Ruimtelijke ordening

Op Vlaams niveau is men reeds jarenlang bezig met de nieuwe afbakening van het buitengebied, waarbij men onder andere rekening moet houden met het waterbeleid en met de bepalingen van het RSV. Limburg behoort tot 4 gebieden: Haspengouw, Neteland, Hageland, Kempen en Maasland. Al de beleidsinitiatieven in deze gebieden worden opgevolgd, meestal in overleg met Natuurpunt Limburg, Limburgs Landschap en de plaatselijke verenigingen.

Daarnaast worden ook andere initiatieven van het gewest, de provincie en de gemeenten, die een invloed hebben op de ruimtelijke ordening opgevolgd. De dossiers die van enige invloed zijn op de open ruimte en of op de kwaliteit van bepaalde milieucomponenten worden door de vereniging opgevolgd en er wordt getracht de beslissing ongedaan te maken. Een aantal globale dossiers hebben een directe invloed op de ruimtelijke ordening en bij de behandeling van deze dossiers is de ruimtelijke ordening vaak een noodzakelijke en belangrijke toetsing.